Inhoudsopgave
In elke klas en in elk gezin zien we het: kinderen leren niet allemaal op dezelfde manier. Waar het ene kind leert door te luisteren, heeft het andere beelden, beweging of structuur nodig. Deze verschillen noemen we vaak leertypes of leerprofielen.
Leertypes zijn geen vaste labels. Ze beschrijven geen wie een kind is, maar geven inzicht in wat een kind op dat moment helpt om te leren. De meeste kinderen combineren meerdere leertypes, en voorkeuren kunnen veranderen naargelang de context, het vak of het welbevinden.
De verschillende leerprofielen
Het visuele leerprofiel
Leren door te zien
Deze kinderen leren sterk via beelden en overzicht. Ze onthouden wat ze zien op het bord of in een schema, en hebben baat bij kleur, pictogrammen en visuele stappenplannen.
Helpende ondersteuning:
schema’s, mindmaps en pictogrammen
duidelijke lay-out
voorbeelden en demonstraties
👉 Bij neurodivergente kinderen helpt visuele ondersteuning vaak om prikkels te structureren en overzicht te creëren.
Het auditieve leerprofiel
Leren door te luisteren
Auditieve leerders verwerken informatie vooral via taal en geluid. Ze leren door uitleg, gesprekken en herhaling.
Helpende ondersteuning:
mondelinge instructies
samen praten over de leerstof
hardop denken of uitleggen
👉 Bij sommige kinderen met ADHD of taalgevoeligheid kan auditieve informatie snel verloren gaan. Combineren met visuele steun is dan helpend.
Het kinethetische (motorische) leerprofiel
Helpende ondersteuning:
bewegend leren
concreet materiaal
korte werkmomenten met pauzes
👉 Veel neurodivergente kinderen floreren wanneer beweging wordt toegelaten in plaats van afgeremd.
Leren door te doen en te bewegen
Deze kinderen leren met hun hele lichaam. Stilzitten is moeilijk, niet omdat ze niet willen leren, maar omdat beweging hen helpt om informatie te verwerken.
Het analytisch leerprofiel
Leren stap voor stap
Analytische leerders houden van structuur, logica en voorspelbaarheid. Ze willen begrijpen hoe iets werkt en waarom.
Helpende ondersteuning:
duidelijke instructies
vaste routines
stappenplannen
👉 Voor kinderen met ASS is dit vaak een belangrijke ondersteunende leerstijl.
Het globale leerprofiel
Eerst het geheel zien
Globale leerders willen eerst begrijpen waar het naartoe gaat. Ze leren in sprongen en kunnen moeite hebben met detailwerk zonder context.
Helpende ondersteuning:
het doel van de les vooraf benoemen
overzicht geven
ruimte voor eigen aanpak
👉 Bij neurodivergente kinderen kan globale verwerking samengaan met sterke creativiteit en out-of-the-box denken.
Het sociale leerprofiel
Leren samen met anderen
Deze kinderen leren door interactie. Gesprekken, samenwerken en uitleg geven aan anderen versterken hun leerproces.
Helpende ondersteuning:
duo- en groepswerk
samen reflecteren
interactieve werkvormen
👉 Voor sommige neurodivergente kinderen is sociale interactie net helpend, voor anderen net belastend. Keuzevrijheid is hier essentieel.
Neurodivergent
Voor neurodivergente kinderen is leren vaak intensiever: prikkels komen harder binnen, informatie wordt anders verwerkt en verwachtingen sluiten niet altijd aan bij hun leerprofiel.
Wat heeft dit kind op dit moment nodig om tot leren te komen?
Kleine aanpassingen:
- visueel ondersteunen
- tempo aanpassen
- rust inbouwen
- beweging toelaten
kunnen een groot verschil maken in welbevinden en leerresultaat.
Praktische tips voor leerkrachten
Hoe je op een haalbare manier inspeelt op verschillende leertypes
Leerkrachten willen graag differentiëren, maar lopen vaak terecht tegen dezelfde vraag aan:
“Hoe doe ik dit zonder dat mijn werkdruk verdubbelt?”
Goed nieuws: inspelen op verschillende leertypes vraagt geen aparte les voor elk kind. Kleine, doordachte keuzes in je lesopbouw maken al een groot verschil voor álle leerlingen, en zeker voor neurodivergente kinderen.
Denk in variatie, niet in individualisering
Je hoeft niet elk leerstype apart te bedienen. Wat wél werkt, is variatie binnen één les.
Bijvoorbeeld:
iets zeggen (auditief)
iets laten zien (visueel)
iets laten doen (kinesthetisch)
👉 Eén instructie, meerdere ingangen.
Dit principe sluit sterk aan bij Universal Design for Learning (UDL) en is bijzonder ondersteunend voor neurodivergente leerlingen.
Bouw elke les rond een vaste structuur
Structuur helpt niet alleen kinderen met ASS of ADHD, maar de hele klas.
Haalbare vaste elementen:
start met: “Wat gaan we leren vandaag?”
toon het verloop van de les (op bord of kaartjes)
sluit af met: “Wat hebben we geleerd?”
👉 Voorspelbaarheid verlaagt stress en vergroot leerbereidheid.
Combineer mondeling uitleg altijd met visuele steun
Veel kinderen verliezen auditieve informatie snel.
Eenvoudige oplossingen:
kernwoorden op het bord
pictogrammen
stappenplannen
voorbeeldopgaven zichtbaar houden
👉 Wat je zegt, ook laten zien.
Laat keuze toe in verwerking (zonder extra werk)
Je hoeft geen vijf verschillende taken te maken.
Eén opdracht, meerdere manieren om ze uit te voeren, is vaak voldoende.
Bijvoorbeeld:
schrijven
tekenen
mondeling uitleggen
werken met materiaal
👉 Keuze vergroot motivatie en geeft kinderen eigenaarschap over hun leren.
Beweging is geen beloning; maar een leerstrategie
Voor veel kinderen (met en zonder diagnose) is beweging noodzakelijk om te kunnen leren.
Haalbare aanpassingen:
korte bewegingspauzes
iets laten halen of wegbrengen
rechtstaand werken
wiebelkussen of stressbal
👉 Beweging ondersteunt concentratie, ze verstoort die niet.
Voorzie denktijd en verwerk prikkels bewust
Niet elk kind denkt snel. Dat betekent niet dat ze het niet begrijpen.
Concrete tips:
stel een vraag → wacht bewust enkele seconden
laat eerst noteren of tekenen vóór antwoorden
geef vooraf aan dat antwoorden later mogen komen
👉 Dit helpt vooral reflectieve en prikkelgevoelige leerlingen.
Je hoeft het niet alleen te doen
Inclusief onderwijs is geen individuele opdracht, maar een gedeelde verantwoordelijkheid.
Samenwerken met:
collega’s
zorgcoördinatie
leerondersteuning
ouders
zorgt voor afstemming én ontlasting.
Lesvoorveeld wiskunde: optellen en aftrekken tot 20
Lesopbouw volgens meerdere leertypes
1. Introductie (visueel - auditief)
Auditief: Vertel de dagvraag: “Vandaag leren we optellen en aftrekken tot 20.”
Visueel: Toon het schema op het bord: voorbeelden + symbolen (+ / -)
Globaal: Leg eerst het einddoel uit: “Aan het einde kunnen jullie sommen maken met blokjes en getallen tot 20.”
2. Activiteit 1: concrete ervaring (motorisch)
Kinderen werken in kleine groepjes of individueel met blokjes of fiches.
Laat hen optellingen en aftrekkingen fysiek uitvoeren (bv. 7 blokjes erbij leggen = 10 blokjes).
Tip: laat ze zelf kiezen welke blokjes of fiches ze willen gebruiken.
3. Activiteit 2 : samen leren (sociaal - auditief)
Duo- of groepswerk: kinderen leggen een som uit aan elkaar, of spelen een kort “rekenspel” met beurtelings antwoorden.
Laat kinderen hardop denken en strategieën benoemen.
4. Activiteit 3: Schema en visualisatie (visueel - analytisch)
Kinderen maken een werkblad met schema’s van hun sommen: blokjes tekenen of getallenstapjes invullen.
Voor globale denkers: begin met een voorbeeld van het geheel en laat ze de stappen volgen.
5. Reflectie en verwerking
Laat kinderen korte notities of tekeningen maken van wat ze hebben geleerd.
Stel een vraag voor iedereen: “Welke strategie hielp jou vandaag het meest?”
Geef rustige verwerkingstijd, zodat kinderen niet onder druk hoeven te antwoorden.
Inclusief onderwijs betekent niet dat alles anders moet. Het betekent dat we anders kijken.
Niet elk kind leert hetzelfde, maar elk kind verdient de kans om te leren.